De Semmeringbahn

Deze spectaculaire treinroute door Oostenrijk was haar tijd 100 jaar vooruit

Een trein die hoog boven een diep dal over een stenen viaduct rijdt, vervolgens in een bergwand verdwijnt en even later aan de andere kant van het dal weer tevoorschijn komt. Het klinkt als een rit door de Zwitserse Alpen, maar voor deze bijzondere treinreis hoef je Oostenrijk niet te verlaten.

Tussen Gloggnitz in Neder-Oostenrijk en Mürzzuschlag in Steiermark ligt de Semmeringbahn. De spoorlijn is slechts 41 kilometer lang, maar behoort tot de belangrijkste en mooiste treinroutes ter wereld. In 1854 reden hier de eerste treinen overheen. Meer dan 170 jaar later wordt dezelfde spoorlijn nog altijd dagelijks gebruikt.

De Semmeringbahn was bovendien de eerste echte bergspoorlijn ter wereld en werd in 1998 als eerste spoorlijn ooit opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Toch stappen veel reizigers onderweg van Wenen naar Graz gedachteloos in de trein, zonder te beseffen dat ze over een technisch meesterwerk uit de negentiende eeuw rijden.

Een spoorlijn waarvan men dacht dat hij onmogelijk was

Halverwege de negentiende eeuw wilde het Oostenrijkse keizerrijk een rechtstreekse spoorverbinding aanleggen tussen Wenen en de belangrijke havenstad Triëst. Er was alleen één groot probleem: de Semmeringpas lag in de weg.

Treinen konden in die periode nauwelijks steile hellingen beklimmen. Bergpassen worden daarom als een vrijwel onoverkomelijke hindernis gezien. Er bestonden wel tandradbanen, maar die waren langzaam en niet geschikt voor zwaar doorgaand treinverkeer.

Ingenieur Karl Ritter von Ghega dacht dat het anders kon.

Hij ontwierp een route met lange bochten, tunnels en viaducten, zodat de trein geleidelijk hoogte kon winnen. In plaats van zo rechtstreeks mogelijk over de berg te gaan, liet hij het spoor de natuurlijke vorm van het landschap volgen.

De spoorlijn werd daardoor bijna tweemaal zo lang als de afstand hemelsbreed. Dat was geen omweg uit onkunde, maar precies de reden waarom locomotieven de berg konden beklimmen.

Ghega beperkte de maximale helling tot ongeveer 28 promille. Dat betekent dat het spoor over een afstand van één kilometer maximaal 28 meter stijgt. Voor moderne spoorwegen klinkt dat misschien niet uitzonderlijk, maar in het midden van de negentiende eeuw was het revolutionair.

Gebouwd zonder moderne machines

De Semmeringbahn werd tussen 1848 en 1854 aangelegd. Naar schatting werkten ongeveer 20.000 mensen aan het project.

Dat gebeurde in een tijd zonder moderne graafmachines, vrachtwagens of tunnelboormachines. Zelfs dynamiet bestond nog niet. Tunnels werden grotendeels met handgereedschap en buskruit door de rotsen gedreven. Steen voor de bruggen en viaducten werd zo veel mogelijk ter plaatse gewonnen.

De arbeidsomstandigheden waren zwaar en gevaarlijk. Arbeiders verbleven in eenvoudige onderkomens langs de bouwplaats en moesten werken op steile berghellingen, in tunnels en boven diepe ravijnen.

Toch was het traject na slechts zes jaar gereed.

De kwaliteit van de bouwwerken bleek uitzonderlijk. De stenen viaducten en tunnels zijn ruim 170 jaar later nog altijd onderdeel van een intensief gebruikte spoorverbinding. UNESCO noemt juist dat langdurige gebruik een belangrijk bewijs van de technische kwaliteit van het ontwerp.

41 kilometer vol tunnels en viaducten

De Semmeringbahn loopt van Gloggnitz naar Mürzzuschlag en overbrugt onderweg een hoogteverschil van ongeveer 460 tot 500 meter.

Langs de route liggen:

  • 14 historische tunnels;
  • 16 grote viaducten;
  • 118 kleinere stenen boogbruggen;
  • 11 ijzeren bruggen;
  • tientallen steunmuren en andere constructies.

Opmerkelijk is dat de 14 tunnels samen ongeveer 1477 meter lang zijn. De 16 belangrijkste viaducten hebben toevallig eveneens een gezamenlijke lengte van ongeveer 1477 meter.

De meeste bouwwerken zijn gemaakt van natuursteen en baksteen. Daardoor sluiten ze verrassend goed aan bij de rotswanden en beboste hellingen. Het spoor oogt niet alsof het dwars door het landschap is gedwongen, maar alsof het er zorgvuldig in is gevouwen.

Dat was ook de bedoeling van Ghega. Hij koos bewust voor stenen viaducten in plaats van grote ijzeren constructies en liet de route zo veel mogelijk de natuurlijke lijnen van de bergen volgen.

Het beroemdste viaduct van Oostenrijk

De Kalte Rinnen viaduct in Semmeringbahn

Het bekendste bouwwerk langs de spoorlijn is het Kalte-Rinne-viaduct.

Het viaduct is ongeveer 184 meter lang en bestaat uit twee verdiepingen met stenen bogen. De trein rijdt ongeveer 46 meter boven het dal. Vooral wanneer een lange trein langzaam over de bovenste rij bogen rijdt, zie je hoe indrukwekkend het bouwwerk werkelijk is.

Het viaduct kreeg extra bekendheid doordat het samen met Carl Ritter von Ghega werd afgebeeld op het Oostenrijkse bankbiljet van 20 schilling. Dat biljet was tussen 1986 en 2002 in omloop.

Een van de bekendste uitzichtpunten langs de spoorlijn heet daarom nog altijd de 20-Schilling-Blick.

De mooiste uitzichtpunten langs de Semmeringbahn

Alleen vanuit de trein krijg je maar een deel van de Semmeringbahn te zien. De mooiste beelden ontstaan juist wanneer je uitstapt en een stuk van de Bahnwanderweg loopt.

Dit zijn wat ons betreft de beste plaatsen om de spoorlijn te bekijken.

1. De 20-Schilling-Blick

De 20-Schilling-Blick is het bekendste uitzichtpunt en een logische eerste keuze wanneer je maar één plek wilt bezoeken.

Vanaf hier kijk je uit over de Polleroswand en het Kalte-Rinne-viaduct. Je ziet niet alleen het viaduct, maar ook hoe de spoorlijn door het landschap slingert. Met een beetje geduld verschijnt er vanzelf een trein tussen de bomen.

Het uitzichtpunt ligt in de omgeving van Wolfsbergkogel en is bereikbaar via de Bahnwanderweg. Het is ook opgenomen in verschillende kortere wandelroutes vanaf de Semmeringpas.

Onze tip: wacht niet alleen op een trein die over het viaduct rijdt. Kijk ook verder naar links en rechts. Door de bochten in het traject kun je dezelfde trein soms meerdere keren zien voordat hij uit beeld verdwijnt.

In de ochtend kan het dal nog in de schaduw liggen. Later op de dag valt er doorgaans meer licht op het landschap, al hangt de beste fototijd natuurlijk af van het seizoen en de weersomstandigheden.

2. De Doppelreiter-Aussichtswarte

De Doppelreiter-Aussichtswarte ligt bij Wolfsbergkogel en biedt een hoger en breder panorama dan de 20-Schilling-Blick.

Vanaf de uitzichttoren kijk je uit over de spoorlijn, de beboste Adlitzgräben en de omringende bergwereld. Bij helder weer zijn ook de Rax en de Schneeberg goed zichtbaar.

Dit is niet per se de plek voor een close-up van één viaduct. Het is vooral een goed uitzichtpunt wanneer je wilt begrijpen hoe de spoorlijn door het landschap loopt.

De Doppelreiterwarte en de 20-Schilling-Blick liggen relatief dicht bij elkaar en zijn daarom goed tijdens één wandeling te combineren. De regionale toeristische organisatie noemt beide locaties tot de beste plekken om passerende treinen en de viaducten te bekijken.

3. Het uitzicht bij de Weinzettlwand

De Weinzettlwand ligt bij Breitenstein en is een van de interessantste uitzichtpunten voor mensen die meer van de spoorlijn willen zien dan alleen het bekende Kalte-Rinne-viaduct.

Vanaf hier kijk je over een groot deel van het traject en zie je hoe het spoor langs rotswanden en over bruggen loopt. In de verte zijn onder meer de Semmeringpas en delen van de historische hotelarchitectuur te herkennen.

Het landschap is hier ruiger dan bij de klassieke 20-Schilling-Blick. De combinatie van rotswanden, bos en spoorconstructies laat goed zien waarom de aanleg van de Semmeringbahn destijds zo’n uitzonderlijke prestatie was.

4. Boven het Kalte-Rinne-viaduct bij Breitenstein

Langs de Bahnwanderweg bij Breitenstein ligt, vlak voor de afdaling richting het Ghega Museum en het Kalte-Rinne-viaduct, nog een bijzonder fotopunt.

Vanaf deze plek kijk je direct uit op het viaduct en zie je de treinen relatief dichtbij passeren. Volgens de regionale toeristische organisatie is dit een van de beste plekken om het viaduct met een passerende trein te fotograferen.

Dit uitzicht is minder bekend dan de 20-Schilling-Blick, maar fotografisch misschien wel interessanter. Het viaduct vult hier een groter deel van het beeld en je ziet de trein duidelijker.

5. De Eselstein

De Eselstein, ook wel de Baufelsen van Carl Ritter von Ghega genoemd, is interessant vanwege het overzicht over het spoorverloop.

Vanaf deze rots zou Ghega de omgeving hebben bestudeerd tijdens het plannen van de spoorlijn. Ook nu kun je vanaf hier goed volgen hoe de route zich door het berglandschap beweegt.

Het uitzicht draait hier minder om één monumentaal viaduct en meer om het complete ontwerp. Je ziet pas vanaf zo’n hoger punt hoeveel bochten nodig waren om de trein geleidelijk hoogte te laten winnen.

6. De Pinkenkogel

Wie bereid is wat verder te wandelen, kan naar de Pinkenkogel op 1.290 meter hoogte.

Kort voor de top opent het bos zich en ontstaat een breed uitzicht op de Rax, de Schneeberg en de Polleroswand bij het Kalte-Rinne-viaduct. Het is een mooie plek voor wie spoorweggeschiedenis wil combineren met een echte bergwandeling.

De spoorlijn ligt vanaf hier verder weg. Neem voor fotografie daarom bij voorkeur een camera of telefoon met een goede zoomfunctie mee.

Vanuit de trein: aan welke kant moet je zitten?

De prachtige bouwwerken van de semmeringbahn werden grotendeels zonder zware machines en met de hand gebouwd.

Wil je de Semmeringbahn uitsluitend vanuit de trein beleven, dan is de zitplaats belangrijk.

Door de vele bochten wisselen de uitzichten regelmatig van kant. Er bestaat daarom niet één kant van de trein die gedurende de volledige rit duidelijk beter is.

Op het traject tussen Gloggnitz en Semmering liggen veel van de bekendste uitzichten richting de diepe dalen en de Adlitzgräben. Omdat de trein voortdurend van richting verandert, kun je het beste een plaats bij het raam kiezen en tijdens rustige ritten af en toe naar de andere kant kijken.

De indrukwekkendste ervaring krijg je in een regionale trein. Deze stopt vaker en rijdt meestal rustiger over het traject dan een snelle internationale trein. Bovendien kun je onderweg uitstappen in plaatsen zoals Breitenstein, Wolfsbergkogel of Semmering.

Praktische tip: download vooraf de routekaart op je telefoon. In tunnels en tussen de bergen kan de internetverbinding tijdelijk wegvallen. Met een kaart erbij herken je de belangrijkste viaducten en weet je wanneer je uit het raam moet kijken.

Wandelen langs het spoor over de Bahnwanderweg

De Bahnwanderweg volgt grote delen van de historische spoorlijn. De route loopt langs uitzichtpunten, voormalige spoorwachtershuisjes, tunnels en viaducten.

De volledige wandeling tussen Semmering en Payerbach is ongeveer 20 kilometer lang en neemt volgens de officiële routebeschrijving ruim vijf uur in beslag. Het traject wordt als zwaar aangeduid, mede door de lengte en de hoogteverschillen.

Je hoeft echter niet de hele route te lopen. Dankzij de stations langs het spoor kun je verschillende kortere trajecten maken.

Een aantrekkelijke combinatie is:

Trein naar Semmering – wandelen naar Wolfsbergkogel – 20-Schilling-Blick – Doppelreiterwarte – trein terug.

Voor een langere tocht kun je verder wandelen richting Breitenstein en het Kalte-Rinne-viaduct.

Controleer voor vertrek altijd de actuele toestand van de wandelroute. Delen kunnen tijdelijk worden afgesloten door werkzaamheden, stormschade of onderhoud. Op het moment van onze controle was het deel tussen station Semmering en station Wolfsbergkogel afgesloten en werd een alternatieve route aangegeven.

De spoorlijn bracht de Weense elite naar de bergen

De Semmeringbahn veranderde niet alleen het treinverkeer. De lijn legde ook de basis voor het toerisme op de Semmering.

Door de nieuwe treinverbinding konden welgestelde inwoners van Wenen de bergen ineens gemakkelijk bereiken. Wat eerder een afgelegen bergpas was, groeide uit tot een mondaine vakantiebestemming.

Langs de hellingen verschenen villa’s, pensions en enorme luxehotels. De Weense elite kwam hier om te wandelen, frisse berglucht in te ademen en te ontsnappen aan de warme zomers in de stad.

De Semmering groeide zo uit tot een van de belangrijkste bestemmingen voor de Oostenrijkse Sommerfrische.

Een aantal monumentale gebouwen staat er nog altijd. Vooral het imposante Südbahnhotel herinnert aan de periode waarin kunstenaars, schrijvers, industriëlen en leden van de aristocratie hun zomers op de Semmering doorbrachten.

UNESCO beschermt daarom niet alleen de spoorconstructies, maar ook het cultuurlandschap dat door de komst van de spoorlijn is ontstaan.

Is de Semmeringbahn een museumspoorlijn?

Nee, en juist dat maakt de Semmeringbahn bijzonder.

Over veel historische spoorlijnen rijden alleen nog toeristische treinen. De Semmeringbahn is daarentegen nog altijd een belangrijke verbinding tussen Neder-Oostenrijk en Steiermark. Er rijden regionale treinen, goederentreinen en internationale treinen overheen.

Je bezoekt dus geen nagebouwd spoorwegmuseum, maar een technisch monument dat nog steeds doet waarvoor het in 1854 werd gebouwd.

Dat betekent ook dat je bij de uitzichtpunten doorgaans niet bijzonder lang op een trein hoeft te wachten.

Een aanrader voor Interrail-reizigers

Reis je met een Interrail Pass door Oostenrijk? Dan mag een rit over de Semmeringbahn eigenlijk niet ontbreken. Veel Interrailers reizen vanuit Wenen rechtstreeks door naar Graz, Slovenië of Kroatië en blijven tijdens deze rit gewoon zitten. Zonde, want juist dit traject behoort tot de mooiste spoorlijnen van Europa.

Heb je de tijd, stap dan onderweg uit op station Semmering of Breitenstein. Maak een wandeling naar de beroemde 20-Schilling-Blick of loop een deel van de Bahnwanderweg voordat je een volgende trein neemt. Dankzij de regelmatige verbindingen is dat verrassend eenvoudig en haal je veel meer uit je Interrail-reis.

Ook wanneer je onderweg bent naar bestemmingen als Maribor, Ljubljana, Zagreb of zelfs Triëst, is de Semmeringbahn een prachtige tussenstop die nauwelijks extra reistijd kost.

Wat gebeurt er na de opening van de Semmering-basistunnel?

Onder de Semmering wordt een nieuwe basistunnel aangelegd. Deze tunnel moet het treinverkeer tussen Wenen en Graz sneller maken en de historische bergroute ontlasten.

De oude Semmeringbahn verdwijnt daardoor niet. De spoorlijn is beschermd als UNESCO-Werelderfgoed en blijft behouden.

Wel zal de functie veranderen wanneer een groot deel van het doorgaande treinverkeer door de nieuwe tunnel rijdt. De historische route kan dan meer ruimte bieden aan regionaal vervoer, recreatieve treinritten en toeristische concepten.

Voor liefhebbers kan dat zowel een voordeel als een nadeel zijn. De route wordt mogelijk rustiger en aantrekkelijker voor bezoekers, maar er kunnen uiteindelijk ook minder lange internationale treinen over de viaducten rijden.

Praktische informatie over de Semmeringbahn

Traject: Gloggnitz – Semmering – Mürzzuschlag
Lengte: ongeveer 41 kilometer
Geopend: 1854
UNESCO Werelderfgoed: sinds 1998
Hoogste punt: ongeveer 895 meter
Bekendste bouwwerk: Kalte-Rinne-viaduct
Bekendste uitzichtpunt: 20-Schilling-Blick
Beste combinatie: treinrit en een deel van de Bahnwanderweg
Geschikt als dagtrip: vanuit Wenen en Graz

Als je het ons vraagt …

De Semmeringbahn is niet de treinroute met de hoogste bergen of de meest dramatische gletsjers van Oostenrijk. Toch behoort hij voor ons tot de bijzonderste spoorlijnen van het land.

Dat heeft vooral te maken met het verhaal erachter. Terwijl veel mensen nog twijfelden of een gewone trein überhaupt een bergpas kon oversteken, ontwierp Carl Ritter von Ghega een spoorlijn die ruim 170 jaar later nog altijd wordt gebruikt.

Maak daarom niet alleen een treinrit van Gloggnitz naar Mürzzuschlag. Stap uit, trek goede schoenen aan en wandel naar de 20-Schilling-Blick of het uitzicht boven het Kalte-Rinne-viaduct.

Pas wanneer je een moderne trein over de negentiende-eeuwse stenen bogen ziet rijden, begrijp je werkelijk waarom de Semmeringbahn op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat.