Woorden die in Oostenrijk nét iets anders betekenen dan je denkt
Toen ik voor het eerst in Oostenrijk kwam, dacht ik dat ik het Duits best aardig beheerste. De grammatica had ik onder de knie; ik kon prima een broodje bestellen en zelfs een vriendelijk gesprek aanknopen. Maar al na een paar dagen merkte ik dat er iets niet klopte. Mensen hadden het over Sackerl, Jause en Paradeiser – woorden die wel Duits klonken, maar totaal iets anders bleken te betekenen.
Oostenrijkers spreken Duits, maar dan met hun eigen twist. Hun taal is een mengeling van traditie, humor en regionale trots. En dat levert soms verrassende (of ronduit hilarische) misverstanden op.
Zelf kon ik het natuurlijk niet laten om daar een grapje over te maken. Ondanks dat ik donders goed wist wat een Laufhaus is, grapte ik ooit tegen mijn schoonmoeder of ze mee wilde schoenen kopen. Haar gezicht – pure paniek, ongeloof en lichte afkeer tegelijk – was onbetaalbaar.
Dus, voor iedereen die ooit met open mond naar een Oostenrijker heeft staan luisteren: hier is een taalgids vol woorden die nét iets anders betekenen dan je denkt.
Laufhaus
De valkuil der valkuilen. Als Nederlander denk je bij een Laufhaus al snel aan een sportwinkel waar je loopschoenen kunt kopen. In werkelijkheid gaat het om een bordeel waar de dames letterlijk ‘in huis lopen’. Het woord heeft iets bijna onschuldigs – tot je de context hoort. Geen wonder dat mijn schoonmoeder wit wegtrok toen ik enthousiast vroeg of ze mee wilde schoenen passen.
Sackerl

In Oostenrijk krijg je geen plastic tas, maar een Sackerl. Het klinkt bijna schattig, en dat is het eigenlijk ook. In supermarkten is het een standaardzin: “Möchten Sie ein Sackerl?” Het Sackerl is heilig – want zonder dat kleine zakje loop je geheid te stuntelen met je Erdäpfel en Paradeiser.
Paradeiser
In Duitsland heten ze Tomaten, maar in Oostenrijk dus Paradeiser. De oorsprong ligt vermoedelijk bij “paradijsappel”, en eerlijk is eerlijk: wie ooit een rijpe tomaat van een Oostenrijkse boerderijmarkt heeft geproefd, begrijpt dat volkomen.
Erdäpfel
Het klinkt wat ouderwets, maar Erdäpfel is gewoon het Oostenrijkse woord voor aardappelen. De term komt nog uit de tijd dat aardappels als exotisch en bijzonder werden beschouwd. En ze nemen hun Erdäpfelsalat hier zó serieus dat elk dal zijn eigen recept heeft.
Jause

Een Jause is geen gewone snack. Het is een ritueel. Halverwege de wandeling of het werk stopt men voor brood, worst, kaas en een glas sap of wijn. In het oosten van Oostenrijk krijg je een Brettljause — een houten plank vol lekkers. De Jause is een symbool van eenvoud en gezelligheid, een moment om het leven even niet te gehaast te nemen.
Leiberl
Een Leiberl is een T-shirt, meestal eenvoudig en zonder franje. Tijdens het EK hoor je de commentator zeggen dat “die Mannschaft im roten Leiberl spielt”. Het woord heeft iets aandoenlijks; het is typisch Oostenrijks om iets kleins meteen een verkleinwoordje te geven.
Obers

Wanneer je in Wenen een Melange bestelt met Obers, krijg je geen ober aan tafel, maar slagroom op je koffie. Het blijft een klassiek misverstand onder toeristen: “Entschuldigung, ich hab schon einen Obers bestellt.” De ober kijkt dan meestal geamuseerd terug. En ja, slagroom smaakt in Oostenrijk echt anders dan thuis; Oostenrijkers gooien er namelijk geen suiker in.
Pickerl
Het Pickerl is een klein stickertje met grote betekenis. Zonder dat vignet kom je de Oostenrijkse snelwegen niet op. Maar het betekent ook de keuringsticker (APK) op je auto. Ziet een Oostenrijker dat jouw Pickerl verlopen is, dan ben je meteen onderwerp van gesprek.
Het is trouwens ook hét bewijs dat in Oostenrijk nog niet alles digitaal gaat. Het Maut-Pickerl voor de snelweg verdwijnt pas in 2027 volledig, maar de APK-sticker blijft voorlopig trouw op iedere voorruit plakken. Die zit linksboven – muurvast – en voor het verwijderen bestaat zelfs een speciaal Pickerl-Kratzer. Typisch Oostenrijks: praktisch, degelijk en een tikje ouderwets.
Heuriger
De Heuriger is een begrip. Een wijnlokaal aan de rand van de stad waar de wijn van dit jaar — der heurige Wein — wordt geschonken. Denk: houten banken, druivenranken boven je hoofd, een brood met Liptauer en een gemoedelijke sfeer die uren kan duren. Hier komt het Oostenrijkse levensgevoel tot leven: ontspannen, eerlijk en zonder haast.
G’spritzt
Een Weißer G’spritzt is hét zomerdankje in Oostenrijk: witte wijn met spuitwater. Frisser dan bier, lichter dan wijn en perfect voor op het terras. En wie echt dorst heeft, bestelt er gewoon een großer bij.
Kijk trouwens niet raar op als een Oostenrijker die nog gewoon aan het werk is, tijdens de lunch een G’spritzt bestelt — het hoort hier bijna bij de cultuur. Je kunt bovendien praktisch ieder drankje aufgespritzt krijgen. Vind je cola te zoet, dan doe je er gewoon wat bruiswater bij. En moet je nog rijden, maar heb je zin in een biertje? Bestel een Soda Bier: half bier, half water, met toch de smaak van een echt biertje. (Al blijf ik zelf van het motto: rijden en alcohol gaan niet samen.)
Kasten
Dat je in Oostenrijk soms hoort dat iemand z’n Kasten buiten heeft staan, betekent niet dat ze hun meubels aan de straat zetten. Een Kasten is namelijk een bestelauto of busje – meestal van het type waar je meerdere verhuisdozen in kwijt kunt. Waarschijnlijk komt het woord van het idee dat zo’n auto eruitziet als een rijdende kast. En eerlijk: sommige oude modellen verdienen die naam nog steeds.
Fetzen
Oorspronkelijk betekent Fetzen vod of lap stof, maar in de volksmond is het je rijbewijs. “Ich hab den Fetzen endlich!” klinkt misschien raar, maar het is gewoon blijdschap over het behaalde roze papiertje.
En pas op voor de uitdrukking “Mit einem nassen Fetzen g’hörst g’schlog’n” — dat betekent niet dat iemand je auto wil wassen, maar dat je zo irritant bent dat je een mep met een natte dweil verdient. Uiteraard vooral bedoeld met een flinke dosis Weense humor.
Bim

In Wenen zeggen ze niet Straßenbahn, maar Bim – genoemd naar het karakteristieke bim-bim-geluid van de tram. Je hoort het nog voor je de bocht om bent. “Nimm die Bim bis zum Karlsplatz” is dus geen geheimtaal, maar een routebeschrijving.
Ben je in Graz onderweg zoals wij laatst tijdens onze 48 uur in Graz, dan neem je de Altstadtbim, deze is gratis tussen de twee haltes aan de randen van de binnenstad.
Grantig
Een grantiger Wiener is geen boos iemand, maar iemand met een licht chagrijnige ondertoon — die diep vanbinnen toch vriendelijk is. Die typische combinatie van mopperen en glimlachen hoort bij Wenen zoals de Stephansdom bij het plein.
Passt scho’
Twee woorden die alles samenvatten wat Oostenrijk typeert: Passt scho’. Letterlijk: het past wel. Maar eigenlijk betekent het: ach, het is goed zo. Niet te moeilijk doen, geen stress. Een levenshouding die we allemaal wat vaker mogen overnemen.
De taal als spiegel van Oostenrijk
Taal in Oostenrijk is meer dan alleen woorden – het is cultuur, traditie en een vleugje humor. Elk woord vertelt iets over de manier waarop Oostenrijkers naar het leven kijken: met een ontspannen glimlach en een flinke portie zelfrelativering.
In de taal hoor je de bergdorpen, de Weense cafés, de oude boerenlogica en het moderne gemak allemaal tegelijk. Het is een taal waarin zachtheid en ironie hand in hand gaan – waar een mopperaar nog steeds grantig heet, en waar zelfs een scheldwoord vaak klinkt als een bijna liefkozing.
Of je nu in een Heuriger zit met een glas G’spritzt, of probeert te begrijpen waarom je auto ineens een Kasten heet – je merkt vanzelf dat de taal hier net zo eigenzinnig is als het land zelf. Ze weerspiegelt precies wat Oostenrijk zo bijzonder maakt: een mix van charme, koppigheid en levenslust.
En als je er even niets meer van begrijpt? Geen zorgen. Zeg gewoon passt scho’, bestel nog een Melange – en geniet van het moment.
