Wandelen tijdens een hittegolf in Oostenrijk: wat je wel en niet moet doen
Het was nog geen half acht toen we onze wandelschoenen aantrokken in het Gasteinertal. Beneden in Bad Hofgastein was het aangenaam fris, maar de weersverwachting voorspelde voor later die dag 33 graden. Een paar uur later zaten we op ruim 1800 meter hoogte op een bankje voor een berghut. Terwijl in het dal de hitte langzaam opbouwde, stond hier een verkoelend briesje en trokken sommige wandelaars zelfs nog een fleecevest aan.
Dat soort temperatuurverschillen maken Oostenrijk tijdens een hittegolf anders dan Nederland. Waar je thuis vaak weinig kunt ontsnappen aan de warmte, heb je hier veel meer mogelijkheden om verkoeling op te zoeken. Toch betekent dat niet dat je zonder voorbereiding de bergen in kunt trekken. Juist tijdens warme dagen zijn er een paar dingen waar je extra op moet letten.
Waarom wandelen tijdens een hittegolf anders is

Veel mensen kijken voor vertrek naar de temperatuur in hun vakantiebestemming en trekken daar hun conclusies uit. Staat er 34 graden voor Zell am See, Schladming of Bad Gastein op het weerbericht? Dan lijkt wandelen misschien geen goed idee.
Toch vertelt dat cijfer maar een deel van het verhaal.
De temperatuur die je op het weerbericht ziet, wordt meestal gemeten in het dal. Een paar honderd hoogtemeters hoger kan het al merkbaar koeler zijn. Op grotere hoogte loopt het verschil soms op tot tien of zelfs vijftien graden.
Dat is ook precies waarom veel Oostenrijkers tijdens warme dagen niet naar het zwembad vertrekken, maar juist de bergen ingaan. Niet om af te zien, maar omdat het daar vaak aangenamer is dan beneden.
Vertrek vroeg, veel vroeger
Een van de eerste dingen die ons opviel toen we in Oostenrijk gingen wonen, is hoe vroeg mensen hier op warme dagen actief zijn.
Waar veel Nederlanders tijdens hun vakantie rustig ontbijten en rond tien uur vertrekken, staan Oostenrijkers vaak al om zeven uur op de parkeerplaats van een wandelgebied.
Daar zit een logica achter.
Tussen zeven en elf uur zijn de omstandigheden meestal ideaal. De temperatuur is nog aangenaam, de lucht helder en de kans op onweer klein. Na de middag verandert dat vaak snel.
Zelf proberen we tijdens een hittegolf uiterlijk rond acht uur aan een wandeling te beginnen. Dat betekent niet dat je om twaalf uur alweer thuis moet zijn, maar wel dat je de zwaarste klim achter de rug hebt voordat de grootste warmte arriveert.
Neem meer water mee dan normaal

Met ruim 3500 wandelkilometers per jaar hebben we inmiddels geleerd dat er één ding is waar je tijdens warm weer nooit op moet besparen: water.
Tijdens een stevige klim verlies je veel meer vocht dan je denkt. Zeker wanneer er weinig wind staat, kun je ongemerkt liters vocht verliezen.
Wij rekenen tijdens warme dagen vaak op minimaal twee tot drie liter water per persoon voor een gemiddelde wandeling. Bij langere tochten gaat er nog meer mee.
Dat extra gewicht in de rugzak neem je graag voor lief wanneer je onderweg merkt hoeveel andere wandelaars met bijna lege flessen lopen.
Vertrouw niet blind op berghutten

Veel wandelaars gaan ervan uit dat ze onderweg wel ergens water kunnen bijvullen. Dat lukt vaak, maar niet altijd.
Sommige berghutten beschikken over een uitstekende drinkwatervoorziening. Andere hutten zijn afhankelijk van bronnen of moeten water laten aanvoeren. Vooral tijdens droge periodes kan water daardoor schaars worden.
Controleer daarom vooraf altijd of je onderweg daadwerkelijk drinkwater kunt krijgen.
Een extra halve liter meenemen is meestal een betere keuze dan gokken op een waterpunt dat uiteindelijk gesloten blijkt te zijn.
Drink niet zomaar uit een bergbeek
Een van de meest gehoorde wandeladviezen in de Alpen is dat je onderweg water uit een bergbeek kunt drinken. Dat gebeurt ook regelmatig en eerlijk is eerlijk: veel van die beekjes zien er kraakhelder uit.
Toch zijn wij daar behoorlijk terughoudend mee.
Hoe schoon het water er ook uitziet, je weet nooit wat er hogerop in het stroomgebied gebeurt. Vijftig meter verderop kan een koe in een alpenweide hebben gestaan of een wild dier het water hebben verontreinigd. Dat zie je niet aan het water zelf.
Zelf vullen we daarom geen drinkflessen rechtstreeks uit een beek. Een officiële drinkfontein bij een berghut, alm of bergstation vertrouwen we wel. Daar staat meestal duidelijk aangegeven of het water drinkbaar is. Zie je in Oostenrijk een bordje met "Kein Trinkwasser", neem dat dan serieus.
Twijfel je? Dan is het meestal verstandiger om je eigen watervoorraad aan te spreken.
Wat neem je mee in je rugzak?
Tijdens warme dagen nemen we meestal meerdere hervulbare drinkflessen mee. Niet alleen omdat dat praktischer is, maar ook omdat je onderweg minder afval produceert.
Gebruik je toch plastic flessen? Neem de lege flessen dan weer mee naar beneden. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar helaas komen we tijdens wandelingen nog steeds regelmatig achtergelaten flesjes en verpakkingen tegen.
De Oostenrijkse bergen zijn juist zo mooi omdat ze grotendeels schoon en ongerept zijn. Een lege waterfles weegt op de terugweg bovendien een stuk minder dan op de heenweg.
Local tip
Bij veel berghutten kun je gratis water bijvullen wanneer je iets consumeert. Vraag het even vriendelijk aan de huttenwaard. In de meeste gevallen is dat geen enkel probleem en bespaar je jezelf het meeslepen van extra liters water.
Drinkfles of waterblaas?

Over dit onderwerp zijn wandelaars het zelden eens.
Veel mensen lopen tegenwoordig met een waterblaas of CamelBak-systeem in hun rugzak. Het grote voordeel is dat je onderweg gemakkelijk kunt drinken zonder steeds een fles uit je tas te halen.
Wij hebben het meerdere keren geprobeerd, maar eerlijk gezegd zijn we er nooit echt fan van geworden.
Tijdens warme zomerdagen ligt zo'n waterreservoir vaak direct tegen je rug aan. Na een paar uur wandelen merkten we regelmatig dat het water nauwelijks nog verfrissend was. Sterker nog, soms was het bijna net zo warm als de lucht om ons heen. Op een hete dag in Steiermark grapten we zelfs dat we er bijna thee mee konden zetten.
Daarom kiezen wij meestal voor gewone drinkflessen. Die kun je makkelijker bijvullen, schoonmaken en eventueel vervangen door een koud drankje bij een berghut.
Dat betekent natuurlijk niet dat een waterblaas slecht is. Veel langeafstandswandelaars gebruiken ze juist graag omdat je regelmatig kleine slokjes kunt nemen zonder te stoppen. Zoals bij zoveel wandeluitrusting komt het uiteindelijk neer op persoonlijke voorkeur.
Wat wij meenemen
Voor een dagwandeling hebben we meestal twee of drie hervulbare drinkflessen in de rugzak. Op echt warme dagen stoppen we soms één fles een uur voor vertrek in de koelkast. Tegen de tijd dat we boven op de berg zitten is het water dan nog steeds aangenaam koel.
Zoek de hoogte op
Misschien wel de eenvoudigste manier om de hitte te ontlopen is hoger de bergen in gaan.
Tijdens warme dagen kiezen wij vaak bewust voor gebieden zoals de Teichalm, Planneralm, Turracher Höhe of de hoger gelegen wandelroutes in de Schladminger Tauern. Niet omdat het daar koud is, maar omdat wandelen er simpelweg prettiger blijft.
Ook wandelingen langs bergmeren zijn vaak verrassend aangenaam. Het water zorgt voor verkoeling en er staat regelmatig een lichte wind die de warmte draaglijk houdt.
Wat ons daarbij opvalt is dat veel bezoekers juist beneden in het dal blijven hangen, terwijl de lokale bevolking massaal de hoogte opzoekt.
Vergeet zonnebrand niet, ook als het niet heet aanvoelt
Een van de grootste misverstanden tijdens bergwandelingen is dat je alleen hoeft te smeren wanneer het echt warm is.
Juist op grotere hoogte gaat dat vaak mis.
Op 2000 meter hoogte kan het met 20 of 22 graden heerlijk wandelweer zijn. Omdat het niet benauwd aanvoelt, hebben veel mensen niet door hoe sterk de zon eigenlijk is. Toch is de UV-straling in de bergen aanzienlijk hoger dan op zeeniveau. Zeker boven de boomgrens krijg je de hele dag direct zonlicht te verwerken, vaak zonder een stukje schaduw tegen te komen.
Wij gebruiken tijdens zomerse wandelingen vrijwel altijd factor 50. Niet omdat we overdreven voorzichtig zijn, maar omdat we onderweg vaak urenlang aan de zon worden blootgesteld. Een rode neus of verbrande kuiten merk je meestal pas wanneer je 's avonds onder de douche stapt.
Laat je ook niet misleiden door termen als waterproof of sweat resistant op een verpakking. Tijdens een stevige klim waarbij het zweet van je voorhoofd loopt alsof er ergens boven je een bergbeek is opengezet, verdwijnt een deel van die bescherming vanzelf.
Smeer daarom niet alleen voordat je vertrekt, maar neem de zonnebrandcrème ook gewoon mee in je rugzak. Tijdens langere wandelingen smeren we meestal nog een keer bij op een berghut of tijdens een pauze.
Vergeet daarbij plekken zoals je oren, nek, kuiten en de achterkant van je handen niet. Dat zijn precies de plekken die we onderweg het vaakst zien verbranden. En soms is is een dun shirt met lange mouwen helemaal zo gek nog niet.
Een pet of hoed mag tijdens een zomerse bergwandeling eigenlijk niet ontbreken. Dat geldt helemaal wanneer je, net als Vincent, inmiddels ontdekt dat de natuur langzaam maar zeker wat ruimte maakt op de bovenverdieping. Vorige week kwam hij daar tijdens een wandeling in Steiermark weer eens achter. Ondanks de zonnebrandcrème voelde zijn hoofd aan het einde van de dag opvallend warm aan. Het resultaat was een keurig rood bolletje dat nog een paar dagen als souvenir van de wandeling zichtbaar bleef.
Local tip
Een pet of hoed beschermt niet alleen tegen de zon, maar helpt ook om je lichaamstemperatuur beter onder controle te houden. Zeker op open alpenweides zonder schaduw merk je na een paar uur wandelen verrassend veel verschil.
Let op de eerste tekenen van onweer
Wie regelmatig in Oostenrijk wandelt, kent het verschijnsel. De dag begint met een strakblauwe hemel en geen wolkje aan de lucht. Rond twee uur verschijnen de eerste stapelwolken boven de bergtoppen. Een uur later klinkt in de verte gerommel.
Vooral tijdens hittegolven ontstaan er regelmatig stevige onweersbuien.
Dat zijn niet de zomerse buitjes die we uit Nederland kennen. In de Alpen kunnen onweersbuien gepaard gaan met hagel, windstoten, hevige regenval en blikseminslag.
Wij houden daarom voor iedere wandeling meerdere weerapps in de gaten. Niet omdat we bang zijn voor een beetje regen, maar omdat het weer in de bergen soms verrassend snel kan omslaan.
Luister naar je lichaam
Een bergwandeling is geen wedstrijd en de top loopt morgen niet weg.
Voel je je duizelig? Krijg je hoofdpijn? Merk je dat je minder scherp wordt of sneller geïrriteerd raakt? Dan kan dat een teken zijn dat je lichaam moeite heeft met de warmte en de hoogte
Juist tijdens warme dagen nemen we vaker pauze dan normaal. Niet omdat het moet, maar omdat het uiteindelijk zorgt voor een prettigere wandeling.
Een schaduwrijke plek, een koud drankje op een berghut en even genieten van het uitzicht horen wat ons betreft net zo goed bij wandelen als het afleggen van de kilometers.
Oostenrijk heeft een voordeel dat Nederland niet heeft
Misschien is dat ook wel een van de dingen die we de afgelopen jaren hebben geleerd. Oostenrijk beleef je anders wanneer je je plannen aanpast aan de omstandigheden. Op een warme zomerdag betekent dat niet per se minder doen, maar vooral slimmer kiezen.
Soms betekent dat een wandeling die grotendeels door het bos loopt. Soms zoek je bewust de hoogte op. En soms eindigt een wandeling gewoon bij een bergmeer waar je je wandelschoenen uittrekt en je voeten in het water laat bungelen.
Verwacht daarbij overigens geen aangename zwembadtemperaturen. Veel bergmeren worden gevoed door smeltwater en kunnen zelfs midden in de zomer nog verrassend koud zijn. Juist dat maakt ze na een warme wandeling zo aantrekkelijk.
Terwijl beneden in het dal de terrassen volstromen en de thermometer richting de 35 graden kruipt, zit jij misschien ergens aan de rand van een bergmeer op 1800 meter hoogte. Wandelschoenen naast je, voeten in het water en geen enkele behoefte om nog ergens anders te zijn, gewoon even dagdromen, dat is goed voor je!
